Skip to content

Aankomen: Dutch verb forms

aankomen kwam aan aangekomen

to arrive

/ˈaːŋkoːmə(n)/

Conjugation

PersonPresentPastPerfect
ikkom aankwam aanben aangekomen
jij, ukomt aankwam aanbent aangekomen
hij, zij, hetkomt aankwam aanis aangekomen
wij, jullie, zijkomen aankwamen aanzijn aangekomen

Meaning in English

  1. to arrive
  2. to depend
  3. to gain weight

Remember aankomen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)